Verdieping · Afmeting

Basisvormenen afmetingen.

Bij ‘Afmeting’ kies je eerst een basisvorm en vul je de maten in. Tien basisvormen. Van de ronde vormen kies je in de tool ook de kant die bij je tuin past. Kies de vorm die het dichtst in de buurt komt; perfect hoeft niet, je sleept de hoekpunten daarna op hun plek.

Basisvorm

Rechthoek,de werkpaardvorm.

Vier rechte kanten, vaak langs een rand van de tuin. Vul breedte en diepte in en je bent klaar.

Waar op te letten bij de beplanting

  1. 1Bepaal eerst welke lange kant de voorkant is: daar laag, naar de andere lange kant toe steeds hoger.
  2. 2Minder dan 1 m diep? Sla de hoge laag over, anders valt de border om.
  3. 3Herhaal dezelfde plant om de meter of twee; dat geeft ritme in een lange rechthoek.

Meer over Rechthoek →

Basisvorm

L-vorm,om de hoek.

Twee rechte benen die elkaar in een hoek ontmoeten.

Waar op te letten bij de beplanting

  1. 1De binnenhoek is het diepste punt: daar past de grootste plant of een heester.
  2. 2Laat de beplanting van het ene been doorlopen in het andere, anders worden het twee losse borders.
  3. 3De uiteinden van de benen zijn het smalst: daar laag en luchtig.

Meer over L-vorm →

Basisvorm

Halve cirkel,rond aan één kant, recht aan de andere.

Een rechte kant en een boog.

Waar op te letten bij de beplanting

  1. 1Het midden van de rechte kant is het diepste punt: daar de hoogste planten, aflopend naar beide uiteinden.
  2. 2De boog vraagt lage, overhangende planten die de lijn zacht maken.
  3. 3Houd de twee uiteinden laag, anders oogt de boog als een blok.

Meer over Halve cirkel →

Basisvorm

Kwart cirkel,twee rechte kanten, één boog.

Een hoekvorm met een ronde buitenrand.

Waar op te letten bij de beplanting

  1. 1De hoek is het diepste punt: daar hoort de hoogste plant of een kleine boom.
  2. 2Van de hoek naar de boog in drie stappen lager.
  3. 3Een smalle kwart cirkel werkt beter met twee of drie soorten dan met tien.

Meer over Kwart cirkel →

Basisvorm

Holle hoek,de hoek die naar binnen buigt.

Een hoekvorm waarvan de binnenrand hol is.

Waar op te letten bij de beplanting

  1. 1De holle rand is de kant die je het dichtst nadert, wat er ook naast ligt: houd die rand laag.
  2. 2De twee uitlopende punten zijn het verst van de holle rand: daar mag het hoog en luchtig.
  3. 3Werk in bogen die de holle rand volgen, niet in rechte rijen.

Meer over Holle hoek →

Basisvorm

Driekwart cirkel,rond met een hap eruit.

Een cirkel waar een kwart uit ontbreekt; de twee rechte randen komen in het midden samen.

Waar op te letten bij de beplanting

  1. 1De twee rechte randen zijn de kant van waaruit je er het dichtst bij komt: daar laag.
  2. 2De boog tegenover de uitsparing is de achterkant: daar de hoogte.
  3. 3Werk in ringen om het midden, niet in rijen.

Meer over Driekwart cirkel →

Basisvorm

Cirkel,van alle kanten gelijk.

Een ronde border zonder voor- of achterkant.

Waar op te letten bij de beplanting

  1. 1Hoog in het midden, laag aan de rand, rondom gelijk.
  2. 2Eén solitair in het midden met ringen van groepjes eromheen werkt beter dan veel soorten door elkaar.
  3. 3Houd de buitenste ring laag, dan blijft de rand bereikbaar.

Meer over Cirkel →

Basisvorm

Zeshoek,rond van opzet, strak van lijn.

Zes gelijke zijden, zonder voor- of achterkant.

Waar op te letten bij de beplanting

  1. 1Zelfde opbouw als een cirkel: hoog in het midden, laag aan de rand.
  2. 2Benadruk de rechte zijden met dezelfde lage rand rondom.
  3. 3De zes hoeken zijn plekken voor zes gelijke accenten.

Meer over Zeshoek →

Basisvorm

Open donut,een ring met opening.

Een ring rond iets wat er al staat of komt, met een opening om erin te komen.

Waar op te letten bij de beplanting

  1. 1Wat in het midden staat bepaalt de plantkeuze: onder een boom schaduwplanten, bij iets laags juist zon.
  2. 2Binnenrand laag, buitenrand hoger.
  3. 3Houd de opening vrij van uitlopers en stekelige planten.

Meer over Open donut →

Basisvorm

Vrije vorm,voor alles wat niet past.

Je bepaalt de hoekpunten zelf; randen kunnen buigen.

Waar op te letten bij de beplanting

  1. 1Bepaal eerst welke rand de voorkant is; bij een vrije vorm is dat niet vanzelf duidelijk.
  2. 2Smalle delen laag, brede delen met hoogte: volg de diepte van de vorm.
  3. 3Inhammen zijn plekken voor een blikvanger; uitstulpingen vragen lage, brede planten.

Meer over Vrije vorm →

Zo meet je je border

Een rolmaaten drie stappen.

Een paar centimeter verschil maakt niet uit, maar een halve meter wel: daar hangt het aantal planten van af. Minimaal 0,5 m per zijde, maximaal 200 m² per border; meters of centimeters, jij kiest. Begin je met een foto? Dan kun je de maten ook overslaan: je krijgt dan een impressie en plantenlijst, geen schema.

  1. 1Breedte: meet langs de langste zijde van de border.
  2. 2Diepte: meet van de voorkant tot de achterkant, haaks op de breedte.
  3. 3Onregelmatig? Meet de grootste breedte en diepte, kies een vorm die erop lijkt en sleep de hoekpunten op hun plek.
Basisvorm | Tuindirigent